Vinpotigen
Dieren die veel overeenkomsten hebben, behoren tot een orde. Eén van die ordes zijn de vinpotigen. De naam zegt het al, de voor- en achterpoten lijken zowel op vinnen als op poten. Hierdoor zijn zij in staat zich zowel op het land (of ijs) als in het water voort te bewegen. Hun voortbewegen op land is doorgaans traag en onhandig, in tegenstelling tot het bewegen in water waar ze dankzij hun gladde, gestroomlijnde lichaam efficiënte zwemmers zijn. Vinpotigen hebben ten opzichte van andere zoogdieren een groter volume bloed in hun lichaam, zodat ze extra veel zuurstof kunnen opslaan. Hierdoor kunnen ze diep en lang duiken, er zijn al duiken tot 1600 meter en van twee uur lang waargenomen! Ze komen vooral op het land om te paren, rusten, te bevallen en te verharen.
De meeste vinpotigen komen voor in pool, subpool en gematigde wateren. Om zichzelf tegen de kou te beschermen, hebben vinpotigen dikke lagen vet onder hun huid. Deze laag blubber helpt ook om het lichaam te stroomlijnen, zodat de vinpotigen onder water goed op hun prooien kunnen jagen. Alle vinpotigen zijn carnivoren, en zij eten vis, schelpdieren, inktvissen en andere zeedieren. Vinpotigen worden daarom soms ook zeeroofdieren genoemd. Natuurlijke vijanden van vinpotigen zijn; orka's, haaien en ijsberen.
De vinpotigen hebben veel geleden onder commerciële jacht, sinds handelaren ontdekten dat er veel te verdienen valt aan de vacht, het vet en het vlees van de dieren. Veel soorten zijn met uitsterven bedreigt en halverwege de vorige eeuw is de Caribische Monniksrob uitgestorven. Helaas is in sommige landen de commerciële jacht nog steeds aan de gang! Tevens zijn er andere bedreigingen veroorzaakt door de mens, zoals bijvoorbeeld vervuiling, overbevissing, verstrikt raken in vissersnetten.
Voor een overzicht van de vinpotigen kun je
hier kijken en kijk
hier voor de vertalingen van de verschillende dieren in het Latijn en Engels.
 |
Drie families |
 |
 |
| |
Er zijn nog 33 levende soorten vinpotigen, die onderverdeeld kunnen worden in drie families, namelijk de walrussen, zeehonden en oorrobben. De oorrobben zijn net iets minder aan het leven in het water aangepast dan de zeehonden. Zij onderscheiden zich van de zeehonden doordat ze; externe oren hebben, lange voorvinnen hebben zonder vacht en met hele korte nagels, hun achtervinnen onder hun lichaam kunnen zetten zodat ze op zowel achtervinnen als voorvinnen kunnen lopen, hun voorvinnen als stuwkracht gebruiken in het water. Zeehonden hebben geen externe oren, korte voorvinnen met vacht en lange nagels, hobbelen over het land met behulp van hun voorvinnen en in het water gebruiken ze hun achtervinnen om vooruit te komen en voorvinnen om te sturen. Walrussen hebben gemengde eigenschappen van de zeehonden en oorrobben en zijn duidelijk te herkennen aan hun slagtanden. Net als zeehonden hebben zij geen externe oren en bewegen zij zich in het water voort door gebruik te maken van hun achtervinnen als stuwkracht. Op het land echter kunnen zij net als oorrobben hun achterpoten onder hun lichaam zetten om zo met zowel achtervinnen als voorvinnen op het land te lopen. De voorvinnen lijken op die van oorrobben, ze zijn ook groot, zonder vacht en met hele korte nagels. Walrussen zijn de enige vinpotigen die bijna geen vacht hebben. Hier staan de belangrijke verschillen tussen de drie families nog eens schematisch met foto's weergegeven. |
|
 |
 |
Naar Boven |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
Oorrobben |
 |
 |
| |
 |
|
| fig. 1 |
|
De oorrobben zijn onder te verdelen in twee sub-families, namelijk de zeeleeuwen (bestaat uit vijf soorten) en de zeeberen (negen soorten). Zeeberen hebben een extra laag donshaar tussen de normale haren om warm te blijven. Zeeleeuwen hebben een ruwere vacht en hebben deze donslaag niet. De zeeberen, ook wel pelsrobben genoemd, zijn vanwege deze donslaag erg 'populair' bij de commerciële jacht.
Zeeberen worden verdeeld in twee geslachten; de zuidelijke zeeberen (Arctocephalus), die uit acht soorten bestaat en de noordelijke zeebeer is de enige soort in het andere geslacht (Callorhinus). De volledige wetenschappelijke naam van de noordelijke zeebeer (C. ursinus) staat letterlijk voor 'lijkt op beer met mooie vacht'. Alle zuidelijke zeeberen lijken veel op elkaar. De volwassen mannetjes zijn groter dan de vrouwtjes en hebben rond de nek een dikke laag manen van dons. De kleinste vinpotige behoort tot de zeeberen, dat is de Galapagoszeebeer. Een volwassen Galapagoszeebeer weegt ongeveer dertig kilogram en is 1,2 meter lang. De Zuid-Afrikaanse zeebeer is de grootste zeebeer en de enige soort die niet kleiner is dan alle zeeleeuwen. De andere soorten zeeberen zijn dus kleiner dan alle soorten zeeleeuwen. Ook bij zeeleeuwen zijn de mannetjes groter dan de vrouwtjes en hebben de mannetjes manen van dons. |
|
 |
 |
Naar Boven |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
Zeehonden |
 |
 |
| |
| |
 |
| |
fig. 2 |
De zeehonden worden ook verdeeld in twee subfamilies: de Noordelijke zeehonden (tien soorten), die vooral in het arctisch en subarctisch gebied leven, en de monniksrobben, zeeolifanten en Antarctische zeehonden (negen soorten), waarvan de meeste soorten of in de warmere tropische wateren of juist rond de zuidpool leven. Soms wordt de laatste groep ook wel de Zuidelijke zeehonden genoemd. Dit schept verwarring, omdat er ook soorten bij horen die op het noordelijke halfrond voorkomen. De onderverdeling in de twee groepen is dus niet alleen gebaseerd op de leefgebieden van de dieren, maar ook op verwantschap van de dieren. De Noordelijke zeehonden hebben goed ontwikkelde klauwen aan zowel hun voorvinnen als achtervinnen en hebben drie snijtanden aan elke kant van hun bovenkaak. De andere groep zeehonden hebben kleinere klauwen en hebben bijna allemaal twee snijtanden in hun bovenkaak en twee in hun onderkaak. De zeeolifanten hebben één snijtand aan elke kant van hun onderkaak. De Zuidelijke zeeolifant is de grootste vinpotige. De mannetjes kunnen meer dan vier meter lang worden en tot 2200 kilo wegen! |
|
 |
 |
Naar Boven |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
Walrussen |
 |
 |
| |
 |
|
| fig. 3 |
|
De familie van de walrussen heeft geen sub-families en bestaat zelfs uit slechts één soort, de walrus. Wel zijn er twee subsoorten te onderscheiden, namelijk de Atlantische en de Pacifische walrussen. Zoals de naam al zegt, komen Atlantische walrussen voor in de buurt van de Noordpool, in de Atlantische Oceaan. De iets grotere Pacifische walrussen komen ook voor in de buurt van de Noordpool, maar dan in de Pacifische en Stille Oceaan. |
|
 |
 |
Naar Boven |
 |
 |
 |
 |
 |
 |