Copyright © 2005-2010 Xa'wa

Walrussen

De wetenschappelijke naam van de walrus (Odobenus rosmarus) komt uit het Grieks en betekent 'hij die met zijn tanden loopt' (odous = tanden, baino = lopen). Een walrus gebruikt inderdaad zijn slagtanden om zich op een ijsbank te hijsen of zich op het ijs voort te trekken.

- Het lichaam

- Voedsel

- Slapen

- Levensloop

- Verspreiding & leefgebied

- Vijanden & bedreigingen

 Het lichaam
  Mannetjes & vrouwtjes
Mannetjes walrussen worden veel groter en zwaarder dan vrouwtjes walrussen. Verder is het verschil goed aan de buikzijde te zien, de mannetjes hebben hier een penisschacht (fig. 1).
Klik op de foto voor de vergroting
fig. 1 Penisschacht

Huid & vacht
Walrussen hebben een dunne kaneelbruine vacht. Ze houden zich warm met hun enorme vetlaag, blubber genaamd, onder deze vacht. Deze blubber is gemiddeld 10 cm dik. Ondanks deze dikke blubberlaag, kunnen walrussen goed voelen. Hun zintuigen zitten namelijk vlak onder hun huid.

Oudere walrussen worden lichter van kleur. Ook als walrussen net uit het water komen, zijn ze lichter van kleur. Als walrussen een tijdje liggen te zonnen, warmen zij op. Doordat ze warmer worden, worden hun aderen wijder en hierdoor krijgen ze een roze/rode huid. Door de warmte die bij het zonnen wordt opgeslagen, kan de walrus weer een tijd in het koude water blijven.

Vinnen & voortbeweging
Walrussen hebben vier vinnen, twee voorvinnen (fig. 2) en twee achtervinnen (fig. 3). Deze gebruiken ze zowel bij het zwemmen als bij het voortbewegen op het land. Bij het zwemmen gebruiken walrussen met name hun achtervinnen. Op het land gebruiken jonge, lichtere dieren zowel hun voorvinnen als achtervinnen, die ze onder hun lichaam kunnen zetten (fig. 4). Volwassen dieren, en vooral de mannen, zijn vaak te zwaar om hun achtervinnen onder hun lichaam te kunnen plaatsen en zij slepen zich op het land voort met hun voorvinnen (fig. 5).

  Klik op de foto voor de vergroting   Klik op de foto voor de vergroting  
  fig. 2 Voorvin   fig. 3 Achtervin  
         
  Klik op de foto voor de vergroting   Klik op de foto voor de vergroting  
  fig. 4 Lopen op voor- en achtervinnen   fig. 5 Voortslepen met voorvinnen  

Neus
Walrussen zijn zoogdieren en halen dus boven water adem, door hun neus (fig. 6 & 7). Walrussen kunnen ook goed ruiken, zo herkennen ze hun familieleden en soortgenoten.

  Klik op de foto voor de vergroting   Klik op de foto voor de vergroting  
  fig. 6 Neus dicht   fig. 7 Neus open  

Snorharen
Zowel de mannetjes als de vrouwtjes walrussen worden met snor geboren. Zo'n snor kan uit wel 450 snorharen bestaan (fig. 8). De snor van walrussen is heel gevoelig, net zoals de vingertoppen bij de mens. Walrussen gebruiken hun snor bij het zoeken naar eten, ze kunnen voorwerpen van minder dan een halve centimeter herkennen met hun gevoelige snor.

Klik op de foto voor de vergroting
fig. 8 Snorharen

Oren & horen
De oren zijn kleine gaatjes aan de zijkant van hun kop (fig. 9). Hiermee kunnen ze goed horen. Walrussen kunnen harde geluiden maken onder water om met elkaar te communiceren. Boven water fluiten de mannetjes naar de vrouwtjes, in de paartijd.

Klik op de foto voor de vergroting
fig. 9 Oor

Ogen
Het is nog onduidelijk hoe goed walrussen kunnen zien met hun ogen. Zij kunnen hun ogen laten uitpuilen voor meer zicht of juist terugtrekken, om ze zo te beschermen tegen kou.

Slagtanden
Zowel mannetjes als vrouwtjes walrussen hebben slagtanden van ivoor (fig. 10). Bij de geboorte hebben ze nog geen slagtanden. De slagtanden van vrouwtjes zijn korter en dunner dan die van de mannetjes. De langste bekende slagtand is 94 cm lang, weegt 5 kilo en heeft een doorsnee van 27 cm!

Klik op de foto voor de vergroting
fig. 10 Slagtanden

Walrussen gebruiken hun slagtanden voor drie dingen, namelijk: - als wapen tussen de mannetjes in gevechten om een vrouwtje
- als ijshouweel om zichzelf op het pakijs te hijsen
- als hulpmiddel bij het zoeken van voedsel

 Naar Boven
 Voedsel
  Walrussen kunnen proeven wat ze eten. Hun maaltijd bestaat voornamelijk uit dieren die in of op de bodem van de zee leven zoals schelpdieren, zeesterren, zee-egels, krabben en zeekomkommers. Een enkele keer krijgen ze ook een vis te pakken of zelfs een (jonge) zeehond. Hierbij maken ze gebruik van hun slagtanden om de dieren te doden. Ook bij het zoeken naar hun dagelijkse voedsel gebruiken ze hun slagtanden, ze grijpen zich ermee vast aan de bodem. Terwijl ze met hun snuit over de bodem gaan, gebruiken ze hun snorharen om te voelen of er voedsel aanwezig is. Het zoeken naar eten gaat dus voornamelijk op gevoel en niet met de ogen, wel zo handig, want in de winter is er weinig tot geen licht waar de walrussen leven! Als de prooi vast zit in de bodem, gebruiken ze hun snuit, spuiten ze water met hun mond tegen het zand of zwaaien ze met hun voorste vinnen, om de prooi los te krijgen. Walrussen zuigen de gevonden schelpen leeg. Soms gebruiken ze hun slagtanden om de schelpen open te krijgen. Volwassen walrussen eten 30 tot 50 kilo per dag, daarom zijn ze ook het grootste deel van de dag bezig met eten zoeken.
 Naar Boven
 Slapen
  Bij een kalme zee kan een walrus verticaal drijvend in het water slapen, met zijn kop boven water. Dit kan hij doordat hij twee luchtzakken heeft onder zijn keel, die kan hij als ballonnen opblazen zodat hij dus zo blijft drijven! Walrussen slapen echter ook vaak op het land, met de hele kudde gezellig tegen elkaar aan.
 Naar Boven
 Levensloop
  Walrusjongen worden geboren met een snor, maar nog zonder slagtanden. Meteen na de geboorte grijpt het walrusjong zich vast aan de nek van de moeder. De moeder is erg beschermend, zij houdt haar jong met haar slagtanden op zijn plaats en dragen het soms zelfs op hun rug. In principe is het jong meteen in staat om te zwemmen.

Het jong wordt ongeveer 2 jaar gezoogd (fig. 10) met erg vette melk (30%). Dit gebeurd meestal in het water, maar soms ook op het land of ijs. Als het ongeveer zes maanden oud is, begint het ook vast voedsel te eten. Na een jaar weegt een jong al ongeveer drie tot vier maal zo veel als bij de geboorte. Vrouwtjes en jonge dieren leven samen in een kudde. Soms liggen ze met meer dan honderd of zelfs duizend walrussen tegen elkaar op het strand. Jonge mannetjes verlaten als ze ongeveer vier jaar oud zijn de kudde. Eerst leven zij nog samen met andere jonge mannen, volwassen mannetjes leven echter meestal alleen.

In de paartijd (januari tot maart) komen de mannetjes en de vrouwtjes bij elkaar. Eén dominant mannetje paart met meerdere vrouwtjes. Het mannetje maakt indruk op de vrouwtjes door te vechten met andere mannetjes, en door zowel boven als onder water allemaal geluiden te maken, zoals tikken, kloppen en fluiten.

Vrouwtjes zijn na 4 tot 10 jaar geslachtsrijp. Mannetjes na 6 tot 10 jaar, zij zullen echter pas vanaf hun 15e in staat zijn om de gevechten om de vrouwtjes te winnen. Het paren vindt plaats in het water. Na een dracht van ongeveer 15 maanden worden in april - juni de jongen geboren. Vrouwtjes geven dus maximaal eens per 2 jaar, 3-4 of meer jaar voor oudere vrouwtjes een jong. Dit betekent dat er veel minder drachten zijn bij walrussen dan bij andere vinpotigen.

Walrussen kunnen maximaal 40 jaar worden.

 Naar Boven
 Verspreiding & leefgebied
  Walrussen leven in koude gebieden; voornamelijk op de Noordpool, maar ook, in kleinere aantallen in het Noordelijke deel van de Atlantische Oceaan.

Walrussen houden van relatief ondiep water, meestal minder dan 100m diep. Ze rusten vaak uit op de rand van het poolijs. Daardoor trekken de walrussen vaak gedurende het jaar. Bij afwezigheid van ijs rusten ze ook vaak op geschikte stranden of rotsen.

 Naar Boven
 Vijanden & Bedreigingen
  Walrussen zijn grote sterke dieren. Op het land zijn ijsberen soms in staat om jonge of zwakke walrussen te pakken te krijgen. In het water is de orka de vijand. Meestal maken de vijanden echter weinig kans, de walrussen komen voor elkaar op.

Walrussen zijn in het verleden vaak het slachtoffer geweest van de commerciële jacht voor hun vet, huid en ivoren slagtanden. Sommige populaties zijn hierdoor uitgestorven en op andere plaatsen zijn de populaties veel kleiner geworden. De commerciële jacht op walrussen is inmiddels gelukkig opgehouden. De jacht op walrussen door locale bewoners voor het vlees, de huid, de olie en de tanden vindt al duizenden jaren plaats en gaat nog steeds door. Deze jachten worden vaak onderschat, door het aantal walrussen wat wel wordt geraakt maar verder worden 'verloren'. Vooral voor de Atlantische Walrussen hebben hieronder te lijden.

Walrussen zijn erg conservatief in het kiezen van hun leefgebied en voedsel. Dus als deze worden aangetast, is dat ook een bedreiging voor de walrussen. De walrussen worden zo bijvoorbeeld ook bedreigd door het afnemen van de hoeveelheid ijs door de opwarming van de aarde. Andere bedreigingen veroorzaakt door de mens zijn vervuiling, geluidsoverlast en verstoring van het leefgebied. Door bijvoorbeeld toeristen schrikken de walrussen soms zo op dat ze wegvluchten. Jonge walrussen kunnen in de verdrukking komen door volwassen dieren of worden achtergelaten en hebben dan maar weinig kans om te overleven.

 Naar Boven