Copyright © 2005-2010 Xa'wa

Zeehonden

Zeehonden zijn de enige vinpotigen die in Nederland in de vrije natuur voorkomen. Aan de Nederlandse kust en in de Waddenzee zijn de gewone en grijze zeehonden de vaste bewoners. Een enkele keer is er ook een ringelrob, zadelrob of klapmuts te zien. Deze soorten zijn afkomstig uit noordelijker zeeën. Op deze pagina vind je meer informatie over zeehonden in het algemeen en wat specifieker over de gewone en grijze zeehonden. Grijze zeehonden zijn een stuk groter dan gewone zeehonden en hebben een kegelvormig hoofd. Daarom worden zij soms ook wel kegelrobben genoemd. Grijze zeehonden hebben een relatief grote kop ten op zichtte van de gewone zeehonden met een relatief kleine kop.

- Het lichaam

- Voedsel

- Slapen

- Levensloop

- Verspreiding & leefgebied

- Vijanden & bedreigingen

 Het lichaam
  Mannetjes & vrouwtjes
Bij gewone zeehonden is het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes zeehonden moeilijk te zien. Een mannetje is iets groter en zwaarder, maar dit valt nauwelijks op.

Bij grijze zeehonden is het verschil veel duidelijker. De mannetjes (fig. 1) zijn veel groter en kunnen tot wel twee keer zo zwaar als de vrouwtjes (fig. 2) worden. Bovendien is er een duidelijk verschil in de kleur van de vacht.

Huid & vacht
Zeehonden hebben een vacht, al is dit niet altijd even goed te zien als het dier nat is. De vacht van een zeehond kan verschillende kleuren hebben, en dit verschilt ook per soort. De vacht is wel altijd gevlekt. Vitamine D is voor zeehonden heel belangrijk om vacht en huid gezond te houden, daarom liggen ze vaak te zonnen! Vitamine D is vooral nodig voor het verharen.

Gewone zeehonden
Gewone zeehonden kunnen allerlei kleuren hebben, zoals grijs, bruin of bijna zwart. De onderzijde is vaak iets lichter.

Grijze zeehonden
Mannetjes hebben een donkere vacht met lichte vlekken (fig. 1). Bij vrouwtjes is dit andersom, zij hebben een licht gekleurde vacht met donkere vlekken (fig. 2). Pasgeboren grijze zeehonden hebben een langharige, witte vacht, die zij na twee tot drie weken verliezen (fig. 12 & 13).

  Klik op de foto voor de vergroting   Klik op de foto voor de vergroting  
  fig. 1 Grijze zeehond mannetje   fig. 2 Grijze zeehond vrouwtje  

Vinnen & voortbeweging
Zoals alle vinpotigen hebben ook zeehonden vier vinnen, twee kleine voorvinnen (fig. 3) en twee achtervinnen (fig. 4). Bij het zwemmen worden de voorste vinnen gebruikt om te sturen en de achterste vinnen zorgen voor de voortstuwing. Een zeehond zwemt net zo makkelijk op zijn rug als op zijn buik. Op het land zijn zeehonden een stuk minder snel. Ze kunnen hun achterste vinnen niet onder hun lichaam zetten en kunnen daar dus niet mee 'lopen'. Ze slepen hun lichaam voort met behulp van de voorste vinnen. Zo hobbelen ze over het land. Soms laten ze zich ook gewoon naar het water toe rollen.

  Klik op de foto voor de vergroting   Klik op de foto voor de vergroting  
  fig. 3 Voorvin   fig. 4 Achtervin  

Neus
Net als alle zoogdieren halen zeehonden boven water adem, door hun neus. De neus van een zeehond is goed aangepast aan het leven in het water, als hij ademhaalt gaan de neusgaten even open en daarna gaan ze vanzelf weer dicht. Net als de meeste zeezoogdieren kunnen zeehonden onder water niet ruiken. Boven water hebben ze echter een goed reukvermogen. Dit speelt een grote rol bij de sociale interacties van de zeehonden. Mannetjeszeehonden besnuffelen tijdens de paartijd de vrouwtjes om te weten te komen of het vrouwtje bereid is om te paren. Bovendien herkennen moeder en kind elkaar op de geur.

  Klik op de foto voor de vergroting   Klik op de foto voor de vergroting  
  fig. 5 Neus van een gewone zeehond   fig. 6 Neus van een grijze zeehond  

Een belangrijk verschil tussen de gewone en grijze zeehonden is de vorm van de neusgaten. Bij gewone zeehonden zijn die V-vormig (fig. 5) en bij grijze zeehonden lopen ze parallel (fig. 6).

Snorharen
De snorharen van zeehonden zijn heel gevoelig voor trillingen in het water. Hierdoor kan een zeehond de waterbewegingen voelen die veroorzaakt worden door een zwemmende vis. Zo kunnen zeehonden ook in troebel water jagen. Ook blinde zeehonden kunnen op die manier nog voedsel vangen. Snorharen kunnen ook gebruikt worden om mee te dreigen. Als ze naar voren gericht zijn, duidt dit op agressie.

Oren & horen
De oren van zeehonden zijn kleine gaatjes aan de zijkant van hun kop, ze hebben dus geen oorschelpen (fig. 7). Zeehonden kunnen heel goed horen, vooral onder water. Ze kunnen geluidsfrequenties horen die veel hoger zijn dan mensen kunnen horen. Moeder en jong gebruiken ook geluiden om elkaar te herkennen. Om indruk te maken, kunnen zeehonden gevaarlijk grommen of met de vinnen op het water slaan.

Klik op de foto voor de vergroting
fig. 7 Oor

Ogen
Zeehonden hebben erg grote ogen. Boven water kan de zeehond echter slecht zien. Dit is te vergelijken met een sterke bijziendheid bij de mens. De ogen van een zeehond zijn aangepast aan het leven onder water. Ze zijn zo groot om toch veel licht op te kunnen vangen onder water, waar maar weinig licht doordringt. Bovendien hebben ze een extra vliesje onder hun netvlies wat het licht weerkaatst, net als bijvoorbeeld katten en bijna alle nachtdieren. Deze dieren kunnen in schemerige omstandigheden daardoor beter zien. Bovendien is de lens bij een zeehond sterk bolvormig, dit is nodig om onder water scherp te kunnen zien. Toch gebruiken ze waarschijnlijk vooral hun snorharen bij het zoeken van voedsel.
 Naar Boven
 Voedsel
  Zeehonden eten voornamelijk vis. Zij zoeken die met behulp van hun snorharen. Met hun tanden (fig. 8) vangen ze de vis die ze vervolgens in één keer door slikken. Zeehonden hebben niet echt een voorkeur voor één soort vis. Ze kunnen wel proeven, er zijn zelfs zeehonden die een bepaalde soort vis niet lusten. De soorten die de zeehonden eten zijn afhankelijk van het aanbod en kunnen per seizoen verschillen. Het meest actieve zoeken naar voedsel vindt vooral 's nachts plaats.

Klik op de foto voor de vergroting
fig. 8 Tanden
 Naar Boven
 Slapen
  Zeehonden kunnen zowel op het land als in het water slapen. In het water slapen ze rechtop drijvend, of horizontaal drijvend aan de oppervlakte. Als ze slapen zijn ze veel minder actief dan tijdens het jagen en kunnen dan dus veel langer onder water blijven, soms wel tot een half uur. Meestal blijven ze echter niet langer dan een kwartier onder water.
 Naar Boven
 Levensloop
  Gewone zeehonden
De levenslopen van verschillende populaties en subsoorten van de gewone zeehonden kunnen sterk verschillen. Hier staat een beschrijving van de zeehonden aan de Nederlandse kust.

Gewone zeehonden worden van mei tot juli geboren. De drachtige vrouwtjes zoeken voor de bevalling een geschikte zandbank op. Er wordt één jong per keer geboren. De jongen worden vaak tijdens eb op een drooggevallen zandbank geboren. Een paar uur later staat de zandbank alweer onder water. De jongen moeten dus direct na de geboorte kunnen zwemmen. De zoogperiode duurt 3 tot 6 weken. Als een moeder tijdens het zogen gestoord wordt, vlucht ze het water in. Als het jong niet mee kan komen, begint het hard te huilen. Deze verlaten diertjes worden dan ook huilers genoemd. Na de zoogtijd verliest de moeder haar aandacht voor het jong. Het jong zal nu voor zichzelf moeten zorgen en gaat proberen kleine visjes en garnalen te vangen. In het begin lukt dit nog niet altijd even goed en de jongen hebben dan de vetreserves van de extra vette (40%) moedermelk hard nodig.

Klik op de foto voor de vergroting
fig. 9 Zogen

Vrouwtjes zijn na 3 tot 5 jaar geslachtsrijp, mannetjes na 5 jaar. De paartijd begint in augustus. De paring vindt in het water plaats. Na ongeveer tien tot elf maanden worden er dan weer jongen geboren. Rond de Noordzee wordt gemiddeld 87% van de volwassen vrouwtjes jaarlijks drachtig.

Zeehonden leven in gemengde groepen, soms tot wel 500 dieren. Soms leven ze echter ook solitair. Ze liggen bijna altijd in groepen op een zandbank. Dat is veiliger, zo is er altijd wel een dier dat naderend gevaar ontdekt en alarm slaat. De grootte van de groep is afhankelijk van bijvoorbeeld de grootte van de rustplaats of de beschikbaarheid van voedsel.

Vrouwtjes worden gemiddeld 30 jaar en mannetjes 25 jaar.

  Klik op de foto voor de vergroting   Klik op de foto voor de vergroting  
  fig. 10 Gewone zeehonden jong
(+/- 9 uur oud)
  fig. 11 Gewone zeehonden jong
(+/- 7 uur oud)
 

Grijze Zeehonden
Het verschilt per leefgebied wanneer de grijze zeehonden worden geboren. In Nederland worden grijze zeehonden na een draagtijd van elf maanden in januari en februari geboren. Pasgeboren grijze zeehonden hebben een langharige, witte vacht, die zij na twee tot drie weken verliezen. Met deze witte vacht kunnen zij nog niet zwemmen. Zij worden daarom op een rustig strandje geboren. Ze drinken slechts 3 weken bij hun moeder. Per dag neemt het jong 1,5 tot 2 kg toe. De moeders blijven onafgebroken bij hun jong en eten niet tijdens de zoogtijd. Na de zoogtijd verlaat de moeder het jong. Het jong blijft dan nog op het land totdat zijn vacht volledig is verhaard en na 1 tot 4 vier weken zal hij zich naar het water begeven om daar op zoek te gaan naar eten. Tot die tijd teert hij op het vet uit de moedermelk. De jongen kunnen zich meteen over flinke afstanden verspreiden. Ongeveer 30% van de jongen vertrekt naar andere gebieden om zich daar later weer voort te planten.

De paring vindt plaats direct nadat een vrouwtje haar jong heeft verlaten. Een vrouwtje paart met één of meerdere mannetjes. Vrouwtjes grijze zeehonden zijn na 3-5 jaar geslachtsrijp, mannetjes na 4-6 jaar. Vaak zijn de mannetjes echter pas in staat om een vrouwtje te krijgen als ze 8 jaar of ouder zijn. De dominante mannetjes komen ook het land op als de vrouwtjes gaan jongen en proberen dan daar met zo veel mogelijk vrouwtjes te paren. Tijdens deze paartijd eten de mannetjes ook niet. Op plaatsen waar de vrouwtjes zich flink verspreid hebben, kunnen mannetjes soms maar met één vrouwtje paren. Dominante mannetjes kunnen andere mannetjes beletten om te paren. Minder dominante mannetjes, die aan de grens van de groep blijven kunnen tussendoor wel het water in om te eten. De groepen kunnen uit wel 2000 dieren bestaan.

Vrouwtjes worden gemiddeld 35 jaar, mannetjes 26 jaar.

  Klik op de foto voor de vergroting   Klik op de foto voor de vergroting  
  fig. 12 Grijze zeehonden jong
(5 dagen oud)
  fig. 13 Grijze zeehonden jong
(5 dagen oud)
 
 Naar Boven
 Verspreiding & leefgebied
  Gewone zeehonden
Er zijn vijf ondersoorten bij de gewone zeehond: de Europese zeehond, Noordamerikaanse zeehond, Labradorzeehond, Koerilenzeehond en de Oostpacifische zeehond. Elke ondersoort heeft zijn eigen verspreidingsgebied. Binnen Europa komt de Europese gewone zeehond (ook wel Oost-Atlantische gewone zeehond genoemd) voor. Ze komen voor rond de Britse eilanden en Ierland, in het Kattegat-Skagerrak, in het zuidwestelijke gedeelte van de Oostzee, langs de Noordzeekusten van Denemarken, Nederland en Bretagne en in de Waddenzee. Richting het noorden komen ze voor tot de noordelijkste ijsvrije wateren in het Noordpoolgebied, langs de westkust van Spitsbergen waar relatief warm water is door een warme golfstroom. De gewone zeehonden komen ook voor in de wateren bij IJsland, langs de kusten van Noorwegen en de noordkust van het Kola schiereiland bij Rusland. Gewone zeehonden kunnen honderden kilometers afleggen en zich ergens anders vestigen.

In het algemeen zoeken gewone zeehonden het hele jaar voedsel rond hun rustgebieden, soms echter wel tot 60 kilometer er vandaan. De dieren verplaatsen zich snel en direct en blijven in afgebakende gebieden. De reizen duren zo'n 1 tot 5 dagen. Tijdens deze reizen kunnen ze verder weg in zee gaan. Verder leven ze echter vooral langs de kust. Ze leven zowel bij rotskusten als kusten met zand. De rotsen bieden bescherming tegen de getijden in de open zee. Ook riffen en kiezelsteen stranden worden gebruikt om te rusten.

In de Waddenzee hebben de zeehonden zich helemaal aangepast aan het eb en vloed ritme. Met eb liggen de zeehonden vaak te zonnen en als met vloed het water weer binnen stroomt komt ook het voedsel weer binnen. Belangrijke eisen voor de rustgebieden van gewone zeehonden zijn de afwezigheid van menselijke verstoring en de toegang tot diepere wateren.

  Klik op de foto voor de vergroting   Klik op de foto voor de vergroting  
  fig. 14 Wilde gewone zeehonden   fig. 15 Wilde grijze zeehonden  

Grijze zeehonden
Grijze zeehonden komen voor aan beide kanten van noordelijke Atlantische Oceaan. Ze zijn onder te verdelen in drie verschillende populaties. De westerse Atlantische populatie komt vooral voor ten oosten van Canada en ten noordoosten van de Verenigde Staten. Een kleinere groep komt voor in de Oostzee. De laatste groep, de oosterse Atlantische populatie komt vooral voor rond de kusten van de Britse eilanden en Ierland en langs de Faeröer eilanden, IJsland, Noorwegen en het noordwesten van Rusland. Kleinere groepen worden gevonden langs de kusten van Frankrijk, Duitsland en Nederland. Enkele individuen zijn zelfs bij Portugal gevonden. In Nederland komt er een kleine groep voor in de Waddenzee. Jonge grijze zeehonden moeten een aantal weken op het droge blijven tot ze hun vacht gewisseld hebben. De meeste zandplaten in de Waddenzee stromen met vloed onder water en zijn daarom niet geschikt om jongen te baren. Zandplaat de Richel aan de oostkant van Vlieland is bijvoorbeeld wel geschikt, omdat deze alleen bij springtij onderloopt. Grijze zeehonden maken tochten tussen rustgebieden die soms wel honderden kilometers uit elkaar liggen. Reizen van de kust af kunnen tot 50 kilometer van het land af zijn en enkele dagen duren.

De voortplantingsgebieden van de Oost-Atlantische populaties zijn vooral onbewoonde eilanden, vaak met onbeschutte rotskusten of juist met stukjes gras. Kiezelstranden en zandstranden worden ook gebruikt.
 Naar Boven
 Vijanden & Bedreigingen
  Per leefgebied verschillen de vijanden van zeehonden. Zo kunnen ijsberen, orka's, haaien maar soms ook Steller zeeleeuwen en walrussen hun vijanden zijn. De grootste bedreigingen voor de zeehonden worden echter veroorzaakt door de mens.

Tot de jaren zeventig van de vorige eeuw was de jacht op zeehonden de grootste bedreiging voor ze. Er is toen afgesproken dat er niet meer op zeehonden gejaagd zou worden door een aantal landen rond de Noordzee en Waddeneilanden. Er zijn echter nog steeds plaatsen, zoals bijvoorbeeld IJsland, Noorwegen en de Faroer eilanden waar wel op zeehonden gejaagd wordt, omdat ze een te grote concurrentie zouden zijn voor de vissers en hun netten kapot zouden maken. In IJsland wordt het doden van zeehonden zelfs aangemoedigd met afschotpremies! Het is echter nooit bewezen dat het doden van zeehonden een positief effect zou hebben op de visvangst.

In Nederland bleken de zeehonden ook na het stoppen van de zeehondenjacht nog steeds bedreigd. Dit kwam toen met name door de vervuiling van het leefgebied. Andere bedreigingen veroorzaakt door de mens zijn: voedseltekort, geluidsoverlast, verstoring van het leefgebied door scheepvaart en recreatie. Zo wordt de rust van de zeehonden op het wad vaak verstoord. Vooral in de zomer, als de jongen worden geboren, is dit een bedreiging. Als het eb is zogen de jongen bij hun moeder op een zandbank. Als ze tijdens eb het water in worden gejaagd, kunnen ze dus niet voldoende zogen en aansterken. Het jong verzwakt en heeft meer kans om ziek te worden. Bovendien bestaat zo het risico dat moeder en jong elkaar kwijt raken.

Er zijn beschermde gebieden ingesteld in de Waddenzee. Deze reservaten zijn verboden gebied in de zomer, zodat de zeehonden niet gestoord kunnen worden tijdens het rusten en zogen.

Zeehonden kunnen ook vast komen te zitten in fuiken en netten en zo verdrinken. Gelukkig moeten fuiken in Nederland een keerwant hebben, hier kan de vis wel doorheen maar de zeehond niet. Zo kan de zeehond niet vast komen te zitten. Helaas zijn er sindsdien nog wel zeehonden verdronken in fuiken die toch niet zo'n keerwant hadden. Jaarlijks worden ook zeehonden opgevangen met diepe snijwonden, veroorzaakt door het vastzitten in netten of zelfs met botbreuken en diepe verwondingen veroorzaakt door scheepsschroeven. Zo kan al het afval verwondingen bij de zeehonden veroorzaken!

Gelukkig gaat het de laatste jaren redelijk goed met de zeehonden in de Waddenzee. In 2002 heeft de populatie weer te maken gehad met het zeehondenziekte-virus. Toch waren er in 2003 alweer zo'n 3,000 zeehonden, evenveel als in 1950. Sindsdien stijgt het aantal zeehonden weer in de Nederlandse Waddenzee, dit is voor een groot deel te danken aan het steeds schoner worden van de Waddenzee. Onderzoekers hebben berekend dat er in de Nederlandse Waddenzee voldoende ruimte is voor ongeveer 14.000 zeehonden en men vermoedt dat er begin vorige eeuw ook zo veel zeehonden in de Waddenzee hebben geleefd.
 Naar Boven