Mannetjes & vrouwtjes
Bij gewone zeehonden is het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes zeehonden moeilijk te zien. Een mannetje is iets groter en zwaarder, maar dit valt nauwelijks op.
Bij grijze zeehonden is het verschil veel duidelijker. De mannetjes (fig. 1) zijn veel groter en kunnen tot wel twee keer zo zwaar als de vrouwtjes (fig. 2) worden. Bovendien is er een duidelijk verschil in de kleur van de vacht.
Huid & vacht
Zeehonden hebben een vacht, al is dit niet altijd even goed te zien als het dier nat is. De vacht van een zeehond kan verschillende kleuren hebben, en dit verschilt ook per soort. De vacht is wel altijd gevlekt.
Vitamine D is voor zeehonden heel belangrijk om vacht en huid gezond te houden, daarom liggen ze vaak te zonnen! Vitamine D is vooral nodig voor het verharen.
Gewone zeehonden
Gewone zeehonden kunnen allerlei kleuren hebben, zoals grijs, bruin of bijna zwart. De onderzijde is vaak iets lichter.
Grijze zeehonden
Mannetjes hebben een donkere vacht met lichte vlekken (fig. 1). Bij vrouwtjes is dit andersom, zij hebben een licht gekleurde vacht met donkere vlekken (fig. 2). Pasgeboren grijze zeehonden hebben een langharige, witte vacht, die zij na twee tot drie weken verliezen (fig. 12 & 13).
| |
 |
|
 |
|
| |
fig. 1 Grijze zeehond mannetje |
|
fig. 2 Grijze zeehond vrouwtje |
|
Vinnen & voortbeweging
Zoals alle vinpotigen hebben ook zeehonden vier vinnen, twee kleine voorvinnen (fig. 3) en twee achtervinnen (fig. 4). Bij het zwemmen worden de voorste vinnen gebruikt om te sturen en de achterste vinnen zorgen voor de voortstuwing. Een zeehond zwemt net zo makkelijk op zijn rug als op zijn buik.
Op het land zijn zeehonden een stuk minder snel. Ze kunnen hun achterste vinnen niet onder hun lichaam zetten en kunnen daar dus niet mee 'lopen'. Ze slepen hun lichaam voort met behulp van de voorste vinnen. Zo hobbelen ze over het land. Soms laten ze zich ook gewoon naar het water toe rollen.
| |
 |
|
 |
|
| |
fig. 3 Voorvin |
|
fig. 4 Achtervin |
|
Neus
Net als alle zoogdieren halen zeehonden boven water adem, door hun neus. De neus van een zeehond is goed aangepast aan het leven in het water, als hij ademhaalt gaan de neusgaten even open en daarna gaan ze vanzelf weer dicht. Net als de meeste zeezoogdieren kunnen zeehonden onder water niet ruiken. Boven water hebben ze echter een goed reukvermogen. Dit speelt een grote rol bij de sociale interacties van de zeehonden. Mannetjeszeehonden besnuffelen tijdens de paartijd de vrouwtjes om te weten te komen of het vrouwtje bereid is om te paren. Bovendien herkennen moeder en kind elkaar op de geur.
| |
 |
|
 |
|
| |
fig. 5 Neus van een gewone zeehond |
|
fig. 6 Neus van een grijze zeehond |
|
Een belangrijk verschil tussen de gewone en grijze zeehonden is de vorm van de neusgaten. Bij gewone zeehonden zijn die V-vormig (fig. 5) en bij grijze zeehonden lopen ze parallel (fig. 6).
Snorharen
De snorharen van zeehonden zijn heel gevoelig voor trillingen in het water. Hierdoor kan een zeehond de waterbewegingen voelen die veroorzaakt worden door een zwemmende vis. Zo kunnen zeehonden ook in troebel water jagen. Ook blinde zeehonden kunnen op die manier nog voedsel vangen. Snorharen kunnen ook gebruikt worden om mee te dreigen. Als ze naar voren gericht zijn, duidt dit op agressie.
Oren & horen
De oren van zeehonden zijn kleine gaatjes aan de zijkant van hun kop, ze hebben dus geen oorschelpen (fig. 7). Zeehonden kunnen heel goed horen, vooral onder water. Ze kunnen geluidsfrequenties horen die veel hoger zijn dan mensen kunnen horen. Moeder en jong gebruiken ook geluiden om elkaar te herkennen. Om indruk te maken, kunnen zeehonden gevaarlijk grommen of met de vinnen op het water slaan.
 |
| fig. 7 Oor |
Ogen
Zeehonden hebben erg grote ogen. Boven water kan de zeehond echter slecht zien. Dit is te vergelijken met een sterke bijziendheid bij de mens. De ogen van een zeehond zijn aangepast aan het leven onder water. Ze zijn zo groot om toch veel licht op te kunnen vangen onder water, waar maar weinig licht doordringt. Bovendien hebben ze een extra vliesje onder hun netvlies wat het licht weerkaatst, net als bijvoorbeeld katten en bijna alle nachtdieren. Deze dieren kunnen in schemerige omstandigheden daardoor beter zien. Bovendien is de lens bij een zeehond sterk bolvormig, dit is nodig om onder water scherp te kunnen zien. Toch gebruiken ze waarschijnlijk vooral hun snorharen bij het zoeken van voedsel.
|