Mannetjes & vrouwtjes
Het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes zeeleeuwen is bij volwassen dieren makkelijk te zien. De mannetjes worden veel zwaarder en groter.
Californische zeeleeuw mannetjes krijgen bovendien een bult op de kop, die zij tijdens de puberteit ontwikkelen. Patagonische zeeleeuw mannetjes hebben een dikke nek met manen en een karakteristiek omhoog stekende neus.
| |
 |
|
 |
|
| |
fig. 1 Californisch zeeleeuw mannetje |
|
fig. 2 Californisch zeeleeuw vrouwtje |
|
| |
|
|
|
|
| |
 |
|
 |
|
| |
fig. 3 Patagonisch zeeleeuw mannetje |
|
fig. 4 Patagonisch zeeleeuw vrouwtje |
|
| |
|
|
|
|
| |
 |
|
 |
|
| |
fig. 5 Steller zeeleeuw mannetje |
|
fig. 6 Steller zeeleeuw vrouwtje |
|
Vacht
Zeeleeuwen hebben een vacht, die het beste te zien is als het dier is opgedroogd. De kleur van de vacht verschilt per soort en ook per individu.
Californische zeeleeuwen
Jonge Californische zeeleeuwen hebben een donkerbruin tot zwarte vacht. Binnen een maand verharen ze en krijgen een iets lichtere kleur bruin. Na 5 tot 6 maanden krijgen ze een vacht die lijkt op de vacht van volwassen vrouwtjes. Vrouwtjes hebben een lichtbruine vacht. Mannetjes krijgen een donkere grijsbruine tot zwarte vacht.
Patagonische zeeleeuwen
Jonge Patagonische zeeleeuwen worden met een zwarte vacht geboren. Na een paar maanden zal de vacht rood-bruin tot donker-bruin zijn.
Steller zeeleeuwen
Jonge Steller zeeleeuwen worden geboren met een dikke donkerbruine vacht. Na 4 tot 6 maanden wordt deze vervangen door een lichterbruine vacht. Volwassenen hebben een lichte geel-bruine tot rood-bruine vacht die aan de voorkant iets donkerder is.
Vinnen & voortbeweging
Zoals alle vinpotigen hebben ook zeeleeuwen vier vinnen, twee voorvinnen (fig. 7) en twee achtervinnen (fig. 8). Zowel op het land als in het water zijn ze erg behendig. Ze kunnen hun achtervinnen onder hun lichaam zetten, zodat ze op het land vier vinnen hebben waarmee ze zicht kunnen voortbewegen. Hiermee kunnen zij ook goed op rotsen klimmen. In het water gebruiken zij hun voorvinnen als stuwkracht en hun achtervinnen om mee te sturen.
| |
 |
|
 |
|
| |
fig. 7 Voorvin |
|
fig. 8 Achtervin |
|
Neus
Net als alle zoogdieren halen zeeleeuwen boven water adem, door hun neus. Als ze onder water gaan, worden de neusgaten automatisch afgesloten. Net als de meeste zeezoogdieren kunnen zeeleeuwen onder water niet ruiken. Boven water kunnen zij dit echter wel. De geur speelt daar een grote rol bij de sociale interacties van de zeeleeuwen. Mannetjeszeeleeuwen kunnen aan de geur herkennen of een vrouwtje bereid is om te paren. Bovendien kunnen moeder en kind elkaar op de geur herkennen. Waarschijnlijk kunnen zeeleeuwen mensen die nog honderden meters verwijderd zijn al opmerken dankzij hun reukvermogen.
Snorharen
Een zeeleeuw gebruikt zijn snorharen zowel op het land als in het water om de omgeving te onderzoeken en om op zoek te gaan naar voedsel. De snorharen van zeeleeuwen zijn heel gevoelig voor trillingen in het water. Hierdoor kan een zeeleeuw de waterbewegingen voelen die veroorzaakt worden door een zwemmende vis.
Oren & horen
Zeeleeuwen hebben kleine externe oorschelpjes (fig. 9). Hiermee kunnen ze zowel boven als onder water heel goed horen. Onderling maken zeeleeuwen ook veel geluiden. Mannetjes brullen naar elkaar om aan te geven wat er bij hun territorium hoort en vrouwtjes herkennen zelfs in een luidruchtige groep het geluid van hun eigen jong.
 |
| fig. 9 Oor |
Ogen
De ogen van zeeleeuwen zijn goed aangepast aan het leven op land en in het water. Zij kunnen dus zowel boven als onder water goed zien.
|